Na ongeveer een kwartiertje te hebben gezocht naar een uithangbord van Tele-Onthaal, besloot ik mijn zoektocht toch maar te staken en aan te bellen bij het woonhuis dat, volgens de gegevens op mijn papier, hetzelfde huisnummer heeft als Tele-Onthaal. K., de vrijwilliger met wie ik een afspraak heb, maakt me al snel duidelijk dat ik het uithangbord van Tele-Onthaal ook nooit zal vinden, omwille van de anonimiteit die van levensbelang is voor de organisatie.
Al 11 jaar zet K. zich anoniem in als luisterend oor, als rots in de branding voor mensen die nergens anders terecht kunnen met hun problemen. “Ik heb 32 jaar lang voor de klas gestaan in de derde graad van het ASO, en toen ik gedaan had met lesgeven had ik plots een zee van tijd voor me. Mijn drie kinderen waren ook al de deur uit en ja, niet meer naar school moeten gaan gaf me opeens heel veel ruimte. Dus stelde ik mezelf de vraag die iedereen zich dan stelt: ‘hoe ga ik die tijd opvullen?’ ” Een tijdje overwoog K. om in de palliatieve zorg te stappen, maar dat stuitte op luid protest van haar man en kinderen. “Ze waren bang dat ik me niet zou kunnen losmaken van de thematiek, van de dood. En dan heel toevallig was ik op een conferentie in Hasselt waar Tele-Onthaal zich promootte. Dan ben ik daar even gaan luisteren en nadien dacht ik: ‘misschien is het dat wel.’ Met als groot voordeel de anonimiteit. Sommige mensen vinden het een heel groot nadeel dat je je nooit mag laten kennen, dat je nooit iemand ontmoet en niemand eens kan vastpakken, troosten of knuffelen, maar voor mij is dat een groot voordeel. Ik ben iemand die misschien teveel van zichzelf geeft en ik zou er bij palliatieve zorg inderdaad heel erg van onder de indruk zijn als ik iemand moest laten gaan. Bij Tele-Onthaal ben je gedwongen om afstand te houden, en zo bescherm ik mezelf. Je kunt niet verder met een cliënt, je hebt een gesprek gehad en daar houdt het mee op. Toen ik dat thuis vertelde, kreeg ik alleen maar positieve reacties en dus ben ik er meteen in gestapt.”
Tele-Onthaal is een telefoondienst die in heel Vlaanderen georganiseerd wordt per provincie. Het hoofddoel van Tele-Onthaal is luisteren, mensen een plaats of nummer (106) aanbieden waar ze in welke omstandigheden dan ook naar kunnen bellen. “Ik denk dat het nog altijd het belangrijkst is om niet meteen concrete hulp te willen bieden,” vertelt K., “ maar om te luisteren en om een stukje op weg te gaan met die mensen. Ik probeer bellers wat meer inzicht te geven in hun eigen problematiek en ik ben er gewoon voor ze. Hier kunnen ze hun verhaal kwijt. Blijkbaar is het niet meer zo evident in onze maatschappij dat je iemand vindt die desnoods uren naar je verhaal luistert en waarbij je het de dag nadien nog eens mag vertellen.”
Ik bewonder K. voor de kracht die ze steeds vindt om naar zoveel problemen te luisteren en vraag me af of het niet moeilijk is om als vrijwilliger steeds het juiste te zeggen tegen iemand die doodongelukkig is. K. vertelt me dat dat niet altijd noodzakelijk is. “Stel dat je geconfronteerd wordt met een probleem waarop je echt niets kan zeggen, dan probeer je vooral te begrijpen waarom die mens in die situatie terecht gekomen is. Natuurlijk is er een heel groot stuk onmacht en daar moet je ook mee leren leven. Dat is heel moeilijk. Dat is ook de ontgoocheling van veel vrijwilligers die denken dat ze de reddende engel kunnen spelen en alles kunnen oplossen. Gaandeweg leer je dan dat dat niet de hoofdzaak is. Het is het belangrijkste om te luisteren en hen te vragen: ‘van waaruit zeg je dat nu, ik hoor dat je boos bent, vertel eens waarvan die boosheid komt? Wat zou je zelf willen veranderen? Wat heb je al gedaan in die situatie? Is dat probleem toen verholpen?’ Er zijn natuurlijk ook bellers met concrete, bijvoorbeeld juridische, vragen. Die mensen mogen we dan wel doorverwijzen, want de kans zit er altijd in dat wij ons vergissen en foute informatie geven. Daarmee is niemand geholpen.”
Vrijwilliger zijn bij Tele-Onthaal lijkt me een heel boeiende maar ook heel vermoeiende activiteit, en daar geeft K. me wel een beetje gelijk in. “Als vrijwilliger heb je per maand drie dagdiensten en een nachtdienst. Een dagdienst betekent 3,5u aanwezig zijn bij de telefoon. Dat klinkt weinig maar daarna is het toch hoog tijd dat je afgelost wordt. Een nachtdienst begint om 22.30u en duurt tot ’s morgens 8.30u. Daarnaast heb je één keer per maand intervisie. Dat is een soort vergadering van een kleine groep vrijwilligers. Binnen die groep krijg je een stuk vorming van de staf, maar het geeft je ook de kans om met elkaar ervaringen uit te wisselen. Om de twee maanden hebben we ook nog een permanente vorming. Dat gebeurt steeds buiten de muren van Tele-Onthaal. In de maand november bijvoorbeeld gaan we met zijn allen naar een lezing over leven achter de tralies. We willen ook oor hebben voor wat er achter de tralies gebeurt, en de spreker legt ons dan uit hoe wij als vrijwilliger eventueel een zinnige bijdrage kunnen leveren aan het leven van die mensen. Ikzelf ben ten slotte ook nog bezig met de vorming van kandidaat-vrijwilligers. Dat is een heel uitgebreide opleiding. Zij leren bijvoorbeeld hoe ze moeten omgaan met crisisoproepen zoals die van mensen die denken aan zelfdoding. Ook leren ze om te gaan met seksbellers en veelbellers, dus mensen die verslaafd worden aan de telefoon, die graag voortdurend met je in gesprek blijven. Daarna hebben ze een heel stuk stage, waarin ze eerst komen meeluisteren met ons daarna onder begeleiding zelf aan de telefoon mogen zitten. Vrijwilligers worden hier goed begeleid.”
Hoe meer K. me vertelt over haar vrijwilligerswerk, hoe enthousiaster ze wordt. Het wordt me duidelijk dat ze deze moeilijke taak zielsgraag doet. “Waar zou ik anders mijn tijd mee moeten vullen? Ook al is het een tijdrovende bezigheid, ik ga nog steeds naar huis met het gevoel van ‘het was goed dat ik er even was voor die cliënt’. Het geeft je een heel goed gevoel… Anders houd je het ook niet vol. Het is dus geen offer dat je iedere keer weer brengt, dat is de verkeerde ingesteldheid. Ik haal inderdaad veel voldoening uit vrijwilligerswerk, ik word er zelf een beter mens van. Velen zeggen mij dat ik zo goed kan luisteren. Ik denk dat ik in het begin veel moeilijker luisterde naar mensen en vaker vertrok vanuit bepaalde vooroordelen, maar dat heb ik hier snel afgeleerd. Ook het besef dat je toch een gelukkig mens ben als je al die problemen van anderen hoort, dat je aan de andere kant van de telefoon zit, dat is een privilege. Dan rijd je toch naar huis met het gevoel dat je alle redenen hebt om gelukkig te zijn. Ik kom thuis terecht waar het aangenaam vertoeven is, maar dat is dus niet zo voor iedereen. Dat helpt je ook weer om milder te zijn.”
Dan vraag ik K. naar de manier waarop een organisatie zoals Tele-Onthaal met haar vrijwilligers omgaat. Omdat iedereen anoniem moet blijven, lijkt het me immers moeilijk om alle vrijwilligers af en toe in de bloemetjes te zetten. “Absoluut. We mogen nergens mee naar buiten komen hé, en dat blokkeert de feestvreugde wel een beetje. Maar dat betekent niet dat Tele-Onthaal haar vrijwilligers niet bedankt. Zo worden er jaarlijks twee feesten georganiseerd, een zomerfeest en een winterfeest rond de kerstperiode. En ook als je jarig bent, dan ligt er een kaartje in je lade. Er hangt hier een heel warme sfeer en dat is meer dan voldoende voor mij. Daarnaast krijg je ook heel wat dankbaarheid van de cliënten. Sommigen bedanken je meteen aan het einde van het gesprek. Dan zeggen ze wel eens: ‘goh mevrouw, het heeft zo goed gedaan om eens een menselijke stem te horen en daarvoor wil ik je bedanken’. Dat helpt je weer een maand of drie vooruit zou ik zo zeggen (lacht).
Aan het einde van ons gesprek brandt er nog één vraag op mijn lippen. Ik zou namelijk heel graag willen weten welk verhaal of welke persoon K., na 11 jaar vrijwilligerswerk, nooit is vergeten. “Er zijn natuurlijk veel verhalen die me in al die jaren zijn bijgebleven”, begint K., “ maar het meest ontroerende voor mij was toch dat van een man van wie de vrouw was overleden. Hij zei: ‘ik heb altijd gedacht dat ik de prins van haar leven was. We hadden een schitterend huwelijk, een prachtige relatie, en nu ben ik in haar papieren aan het bladeren en nu vind ik van alle mogelijke dingen, dat ze een verborgen relatie had… Ik was blijkbaar slechts een voetmat, de knecht…’ Heel zijn beeld van zijn vrouw en hun relatie was in elkaar gestuikt en ik hoorde een ontzettend verdriet, een ontzettende ontgoocheling, wat heel begrijpelijk is. Ik kan het gesprek hier moeilijk helemaal weergeven, maar ik ben op zo’n empathische manier in dat gesprek meegegaan dat die man op het einde zei: ‘je hebt me voor een stukje mijn vrouw teruggegeven…’ In die zin dan dat ik aan die man kon bijbrengen dat je niet van prins naar knecht hoeft te vallen. Hij had al die mooie herinneringen, al die mooie momenten. Dat kan evengoed waarheid geweest zijn, naast dat geheim dat zijn vrouw bewaard had. Ergens was er blijkbaar een stukje onvoldaanheid bij zijn vrouw, maar dat vernietigt niet al de rest. In zekere zin heb ik toen een stukje pleidooi gehouden voor de vrouw maar met alle respect voor het verdriet en de ontgoocheling van die man. Het gesprek heeft heel lang geduurd maar zijn laatste zin zal ik nooit meer vergeten.”

Copyright European Year of Volunteering 2011 - Design by MAC21
